Over een dokter, een slager en een soldaat, alledrie Arie genaamd, die bezocht worden door De Postbode. Hij brengt liefdesverklaringen en rekeningen, rouwkaarten en dreigbrieven, of komt met lege handen aan. De Arie's staan tot hun ellebogen in het levende vlees, met als enige hoop een bericht.
Een licht absurd stuk, met humor en hart, met het echte leven en met effe normaal doen graag.
/
/
[Arie hakt vlees. De Postbode op.]
/
ARIE
Zo. Post?
/
DE POSTBODE
Het spijt me. Sinds die rouwkaart komt er niks meer voor u binnen.
/
ARIE
Het is niet erg.
Wat mag het zijn?
/
DE POSTBODE
Maar ik was toch in de buurt. Vandaar.
/
ARIE
Ik heb een hond. Dat is genoeg. Da 's beter dan familie.
/
DE POST BODE
Een Ierse setter?
/
ARIE
Ja.
Hij is nog jong. Hij heeft nog van die veel te grote poten weet u wel. Je moet hele einden lopen met die beesten, anders gaan ze dood. En alles voor de baas he. Een fluitsignaal of een commando en die hond die loopt meteen. 's Avonds ligt ie op mijn voeten. Da's pas rust meneer.
Geen vrouw die aan de overkant van de tafel zit te vragen wat er in mijn hoofd omgaat.
Geen vrouw die zit te jammeren dat ik nooit eens naar haar luister.
Want mijn vrouw is dood gegaan en niemand weet waarom. Ik merkte het ineens: op een ochtend was ze dood. Ze lag nog net zo koud als dat ze 's avonds naast me was gaan liggen. En dat was niet normaal meneer. Meestal warmde ze wel op, gedurende de nacht.
Ik was er kapot van.
Ik stortte me volledig op het slagersambacht, op het slachten. Dat heeft me toen gered.
Want dat ik nog een klus, vergis je niet. Dat is niet zomaar: kop d'r af.
/
DE POSTBODE
Nee, dat mag ik geloven.
/
ARIE
Daar komt techniek bij kijken.
/
DE POSTBODE
En gevoel waarschijnlijk.
/
ARIE
Gevoel - man, praat me er niet van.
Gevoel voor het vlees, daar gaat het om.
Gevoel voor het leven dat er in zit.
Want het dier kan wel geslacht zijn, maar het leven zit nog in het vlees. Daar moet je mee om kunnen gaan. Want dat is dus precies waarom de meeste mensen geen slager zijn. Die kunnen daar niet tegen, tegen dat leven dat nog voor ze ligt. Alles er omheen da’s maar een slap excuus. Het besef dat ze met leven moeten werken, dat het bloed nog loopt, dat de spieren nog trekken, dat het merg nog lekt. Dat maakt dat ze kokhalzen.
Niet de dood meneer, niet de dood.
/
DE POSTBODE
Dat is mooi gezegd slager. Ik krijg er honger van.
/
ARIE
Dan heb ik hier iets voor u postbode:
Een prachtig stukje wild.
Van mij voor u. Omdat u zo geinteresseerd bent in het slagersvak.
/
DE POSTBODE
Vriendelijk bedankt daarvoor.
Ik hoop dat ik de volgende keer ook iets voor u bij me heb.
/
[De Postbode af.]
/
/
Levend Vlees speelde in 2004 in de Stadsschouwburg Utrecht in het kader van Utrechtse Nieuwe.