Veldheer Titus heeft al 21 zonen naar hun graf gedragen in de oorlog met de Gothen. Als overwinnaar thuisgekomen, verliest hij door een vreselijke samenloop van omstandigheden ook nog zijn laatste drie zoons. In zijn wanhoop stort hij zich als een dolle op de kookkunst. Gigantische gastronomische festijnen richt hij aan. Maar de zonen van de verslagen Gothische keizerin Tamora zinnen op wraak. Als zij Titus' enige dochter verkrachten, de tong uitrukken en beide handen afhakken, verliest hij zijn verstand...
/
/
/
TITUS
Zij was mijn ree;
hij die haar wondde
heeft mij erger dan een doodwond toegebracht:
nu sta ik hier
als iemand op een klip
omgordeld door een woestenij van zee
die het getij met iedere golf ziet stijgen
en steeds verwacht
dat de afgunstige branding hem zal verzwelgen
in haar zilte schoot.
Een snufje zout,
bijna vergeten
door alle consternatie.
Klutsen klutsen maar die dooiers,
klutsen zonder klonten luchtig
kloppen rond vanuit de schouder anders doet het na een poosje pijn in de elleboog en ondertussen snijden we het braadsel terwijl het nog warm is en zetten het op een richaud. Kook de bessen tot gelei voor over de krokante eendenborst. Ze steekt hem al haar hals toe: bij het zien van het zwaard hoopt zij te mogen sterven. Maar hij trekt met een haak, terwijl haar mond nog in protest haar vaders naam roept en voor woorden vecht, haar tong naar buiten en snijdt die met het zwaardmes af; het wortelstuk blijft hangen, de rest ligt lillend op de donkere grond en praat nog door en spartelt rond, zoals een afgebroken slangenstaartstuk dat doet, ja, kruipt zelfs halfgestorven naar zijn meesteres! Een schaal met water en citroenen om de vette vingers van de afgekloven botten in te dopen maar waar zijn mijn ovenwanten toch gebleven -
/
AARON DE MOOR
Ja dames en heren, één van de vele clichés van het menselijk lijden. Dit kan nog uren zo doorgaan.
/
TITUS
Roosteren op de grill, die kleine kippenvleugeltjes, lekker gemarineerd voor bij de t.v. met dipsaus en een blikje bier.
/
AARON DE MOOR
Heel sneu, heel sneu. Waar heeft hij het aan verdiend nietwaar. Het is toch altijd zo'n goede en trouwe man geweest.
/
TITUS
O, had het monster ooit die leliehanden als espenbladen op een luit zien trillen, zodat de zijden snaren ze blij kusten, zelfs voor het leven had hij ze niet aangeraakt
/
AARON DE MOOR
Een zielig slachtoffer van je eigen zwakte!
Je had je kans moeten grijpen toen die voor je lag. Zo werkt het leven, dus jank niet om je straf. Wees een man, wees eindelijk eens een man.
/
[de bel gaat]
/
TITUS
Ah! De bel.
Ik doe wel even open!
Wie kan dat nou zijn zo middenin de nacht?
...
Tamora!
Een waanbeeld een waanbeeld natuurlijk, een waanbeeld ja, want ik ben gek, gekke Titus. Gekke Titus die overal Tamora ziet: In de nerven van de tafel,
in de plooien van gordijnen,
in de vette varkenspoot die hij aan stukken hakte net,
in de wolken,
in de schaduw,
in de poppetjes van zijn bloedeigen ogen.
Maar elke keer als hij haar vermoordt dan graaft het mes zich in het hout of ketst het af op het metaal.
Dan weet hij weer, dan weet ik weer: ik hallucineer!
Jij bent niet echt haha, nou heb ik je te pakken jij ondeugende illusie! Ik ken mezelf, want ik ben mezelf - dat rijmt weer mooi - en daarom weet ik hoe dat komt dat ik jou zie, let op:
Jij staat voor mijn wraak. Haha.
Jij staat symbool voor de wraak van Titus Andronicus.
Wraak op wie zijn eer bevlekte, wraak op wie zijn dochter bevlekte!
En daar zijn ook de twee zoons maarliefst.
Nou speelt mijn hoofd een wel heel vernuftig spel. Ik moet me niet laten verwanen anders val ik ze aan en grijp ik in de lege lucht. Dat zal me niet gebeuren.
Maar wat als ik wat vraag?
''Ahum. Hallo mevrouw. Een goedenavond. Bent u Tamora, de keizerin, of bent u mijn waanbeeld maar?'' En nou kijken wat ze zegt en let op dat je niet voor de gek gehouden wordt, mijn beste Andronicus, waarde vriend, hoeder in bange tijden enzovoort.
/
TAMORA
Eh… ik ben je waanbeeld.
/
TITUS
Aha! Je liegt! Dat zou ik namelijk ook zeggen als ik mijn waanbeeld was. Ik ken mezelf want ik ben mezelf, dus ik zou weten dat ik mezelf niet vertrouwde omdat ik Gekke Titus ben. Als ik mijn waanbeeld was, dan zou dat ook zeggen, zodat ik mij er dan van verdacht tegenover de echte Tamora te staan! Ik mag dan wel gek zijn, maar zelfs een gek vertrouwt zijn eigen illusies niet haha!
Ik ga weer terug naar mijn keuken, ik heb belangrijkere dingen te doen; mijn broccoli staat veel te gaar te stomen.
/
TAMORA
U krijgt eters...?
/
TITUS
Eters krijg ik eters ja hoe zit het met de tafelschikking, schikt het u om ook te komen, mijn waarde waanbeeld, mijn hooggeachte wraaksymbool. Dat is dan afgesproken, we maken er een feestmaal van, want waarom niet, want waarom niet. De gastenlijst, dus vrienden en familie, boeren, burgers, buitenlui -
/
TAMORA
Lucius...
/
TITUS
En Lucius, o mijn enige overgebleven zoon, die moet zeker komen, die mag natuurlijk niet ontbreken. Hij kan qua tafelschikking naast mijn Lavinia, zijn zuster die nog enkel adem is en nauwelijks meer pannenkoeken eten kan, met stroop of jam misschien, in hele kleine stukjes gesneden, of appelmoes met -
/
TAMORA
Gastenlijst...
/
TITUS
Dus Lucius, Lavinia, Marcus mijn trouwe bondgenoot en broer natuurlijk ook en ik zei de gek en dan is mijn familie alweer op. Dan zijn we aangekomen bij boeren, burgers, buitenlui -
/
TAMORA
Tamora...
/
TITUS
Ja Tamora ja, jouw evenbeeld in het echte leven, dan zullen we nog wel eens zien wie hier de lekkerste pastijen maakt. En haar man de keizer aan mijn tafel, dan zal ik hem eens uit de doeken doen wat ik van zijn griesmeelpudding met frambozensaus en crepes met roomijs en en -
/
AARON DE MOOR
En en en dan nu, dames en heren, genoeg gefrobeld, genoeg gejankt, genoeg geklaagd. Dit is duidelijk een aflopende zaak; tot zover Titus Andronicus.
Dan komt nu het echte verhaal.
Het verhaal van Aaron de moor, the devil himself! Want wie dacht u dat de aanstichter was van al dit ongeluk?
/
/