HETTY
Wat
een
warm
te
/
DANNY
Ga even binnen zitten Het.
/
JOOST [leest hardop voor uit zijn National Geographic:]
De jaarlijkse regenval in een tropisch regenwoud bedraagt meer dan 150 cm.
/
HETTY
Wie gaat er met dit weer nou binnen zitten.
/
JOOST
Bijna elke dag regent het hevig in het woud.
/
DANNY
Binnen is het koeler.
/
MARIEKE
Over een paar eeuwen zijn we allemaal dood.
/
DANNY
Hetty, echt.
/
HETTY
Ja.
/
JOOST
De grote hoeveelheden regenwater verdampen snel door het warme klimaat, en regenen vervolgens weer neer op het regenwoud. Soms herhaalt deze kringloop zich wel 5 tot 7 keer per dag.
/
DANNY
Echt, hier is het koeler binnen.
/
MARIEKE
Daarom is het nu zo warm. Je denkt dat dat komt doordat we op een tropisch eiland zitten - en dat is ook zo - ook, want ook is het dat je eigenlijk niet weet hoe warm het hier normaal hoort te zijn - vroeger dus - omdat je hier nog nooit geweest bent.
/
DANNY
Zal ik wat drinken voor je halen?
/
MARIEKE
Global warming.
/
HETTY
Laat me maar even schat.
/
MARIEKE
Dat weten jullie wel, iedereen weet het, maar jullie doen er niks aan. Groene stroom bijvoorbeeld. Want wij hebben er geen last van, maar mijn achter-achter-kleinkinderen die moeten een soort factor duizend op als ze naar buiten willen, en dat hebben wij dan gedaan, mam, dat bepaalde diersoorten uitsterven van de hitte.
/
HETTY
Ik sterf zelf uit van de hitte.
[Hetty moet ineens huilen.]
/
DANNY
He... meisje van me... wat is er dan?
/
HETTY
Niet me zo noemen; ik ben geen meisje, ik ben het tegeovergestelde van een meisje: een verlept oud wijf. En ik snap niet wat jij met mij moet. Niemand snapt wat jij met mij moet. Al die vrienden van je, die zeggen, als ik er niet bij ben, zeggen ze ja Danny man wat moet je toch met haar.
/
/
Geschreven voor Het Syndicaat voor Festival Lust & Vraatzucht, 2007.
/
Citaat Volkskrant:
'' 'Jij moet opgewekt vakantiegevoel uitstralen,' zegt [regisseuse] Wagenaar tegen Gerold Guthman die de stiefvader speelt; een man die in blinde overtuiging doet alsof het leven prachtig is, terwijl zijn stiefdochter op zijn schoot haar grenzen verkent.
Smit: 'Ik denk dat wij, voor zover er al sprake is van een nieuwe generatie toneelschrijvers, genoeg hebben van het kleinmenselijk leed dingetje. Het mag grootser.'
En grootser wordt het.''